Thuis bij Victor Horta

In 1893-1894 bouwde Victor Horta in Brussel een woning voor professor Emile Tassel. Het was het eerste art-nouveaugebouw in de wereld.

Achter een vrij klassieke gevel schuilde een opmerkelijk zonnig interieur. Dankzij het vernuftig gebruik van gietijzer en glas slaagde Horta erin een open structuur te creëren. Dit had hij geleerd tijdens de bouw van de koninklijke serres te Laken, samen met Alphonse Balat.

In Brussel, de hoofdstad van de art nouveau, kan je verschillende herenwoningen naar ontwerp van Horta en zijn collega’s bezoeken.

Al vlug kreeg Horta een klantenkring van rijke Brusselaars waarvoor hij luxueuze herenwoningen bouwde. Vaak behoorden zijn opdrachtgevers tot de socialistische of liberale partij. Zij streefden naar een meer democratische maatschappij. De gedurfde vrije architectuur van Horta vormde de ideale leefomgeving voor die vooruitstrevende burgerij.

Meer dan de moeite zijn het Maison Hannon, maar ook het Solvayhuis, het Autriquehuis en het Cauchiehuis.

In zijn publiek toegankelijke atelierwoning (1898-1901) in de Brusselse deelgemeente Sint-Gillis bereikte Horta een volmaakt evenwicht. Het gebouw links was zijn woning, rechts stond een atelier met brede vensters.

Trappenzaal met radiator in eigen woning, Victor Horta, ca. 1898-1901 - Hortamuseum, Sint-Gillis
Trappenzaal met radiator in eigen woning, Victor Horta, ca. 1898-1901 - Hortamuseum, Sint-Gillis

Net als in zijn andere gebouwen ontwierp Horta het kleinste detail. Ook de meubels en vloertapijten tekende hij. De leefruimtes lagen rond een open trappenzaal. Die werd helder verlicht via een glazen dakkoepel. De bewoners en vele gasten konden zich vrij bewegen in het zonnige interieur. 

Geïnspireerd door serres en stations aarzelde de architect niet om het metalen gebinte open en bloot te tonen. Met zijn zogenaamde zweepslagornament zorgde hij dat alle onderdelen van het interieur met elkaar verbonden waren.

Voordeur eigen woning, Victor Horta, ca. 1898-1901 - Hortamuseum, Sint-Gillis
Voordeur eigen woning, Victor Horta, ca. 1898-1901 - Hortamuseum, Sint-Gillis

In 1911 verbouwde Horta een deel van de benedenverdieping van zijn atelier tot garage. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef hij in Engeland en de Verenigde Staten. Na zijn terugkeer in 1919 verkocht hij zijn huis. Sinds 1969 is de dubbelwoning omgetoverd tot het Hortamuseum. Het interieur en meubilair bleven grotendeels bewaard. Na een grondige restauratie straalt Horta's woning opnieuw.

Twee andere musea in Brussel, het Muziekinstrumentmuseum en het Stripmuseum zijn ondergebracht in voormalige warenhuizen in art-nouveaustijl.

Dit verhaal is gemaakt door OKV voor FAAM - virtueel museum.

Congolese tatouage en Belgische art nouveau
Niet elke tatoeage bestaat uit inkt. Verschillende bevolkingsgroepen in Congo gebruikten bijzondere lichaamsversieringen: scarificatie. Door het creëren van littekens ontstonden decoratieve vormen op de huid, vaak in complexe geometrische patronen. Ten tijde van de Onafhankelijke Congostaat en later Belgisch-Congo werd de praktijk door koloniale wetenschappers uitvoerig bestudeerd, nagetekend en