Wie tussen 2016 en 2020 op televisie naar het wielrennen keek, zag vaak een renner met een opvallende gouden helm in het peloton. De drager van dat unieke hoofddeksel was de Vlaming Greg Van Avermaet. Hij had er een uitzonderlijke prestatie voor geleverd. Op de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro won hij de wegrit. Voor Van Avermaet is zijn gouden medaille een hoogtepunt in zijn carrière. Op zijn goedgevuld palmares staan ook nog Parijs-Roubaix en enkele tweede plaatsen in de Ronde van Vlaanderen.
De Olympische Spelen in Rio waren erg vruchtbaar voor de Belgen, met twee gouden, twee zilveren en twee bronzen plakken. Dat één van die felbegeerde gouden schijfjes net door een wielrenner werd gewonnen, was meer dan toeval.
Wielrennen is de meest succesvolle discipline voor Belgen op de Spelen. Dat is al zo sinds hun eerste deelname aan het toen nog jonge sportevenement, in 1900 in Parijs.

Tot op vandaag wonnen Belgen 32 olympische wielermedailles. Van Avermaet was de tweede Belg ooit die met het hoogste eremetaal aan de haal ging in de wegrit. Alleen Ieperling André Noyelle deed hem dat voor, in 1952. In 2024 in Parijs was het opnieuw prijs voor België, toen een straffe Remco Evenepoel goud behaalde op zowel de wegrit als de tijdrit.
Ook in andere wielerdisciplines blonken landgenoten uit. Zo won Patrick Sercu in 1964 in Tokio goud in de tijdrit. Veel eerder, tijdens de Spelen van Antwerpen in 1920, triomfeerde Henry George op de wielerpiste.

De oorzaak van al dat olympisch succes is niet ver te zoeken. ‘De koers’ is razend populair in België, zeker in Vlaanderen. Sinds de jaren 1900 domineerden Vlaamse renners het internationale wielerlandschap. En in de regio zelf was de sport breed vertakt: in elke gemeente vond je wel een wielerclub, een lokale wielerheld en een jaarlijkse kermiskoers.
Dit verhaal is gemaakt door Geheugen Collectief voor FAAM - virtueel museum.



