Stel je voor: je wil van Antwerpen naar Limburg, maar de reis kost je zoveel tijd dat je er goed over moet nadenken. Vandaag stap je in de auto en ben je vertrokken. Maar meer dan honderd jaar geleden was Limburg een stuk moeilijker bereikbaar.
Dat merkten ook de kunstenaars die rond 1900 naar de Limburgse Kempen trokken. De uitgestrekte heide en het ongerepte landschap inspireerden heel wat schilders. Ook botanist Jean Massart trok in 1911 met zijn camera door de streek. Op zijn foto's is niet alleen de natuur te zien: aan de horizon verschenen al de eerste tekenen van verandering.
Want onder de Limburgse bodem zat iets wat de toekomst van de provincie mee zou bepalen: steenkool. Met de ontdekking van steenkool groeide de nood aan betere verbindingen. Er kwamen grootse plannen, eerst voor het vervoer over water en later ook over de weg. Het Albertkanaal werd een gigantisch bouwproject. Maar liefst 12.000 arbeiders werkten er bijna tien jaar aan. Ze verplaatsten miljoenen kubieke meters aarde, bouwden tientallen bruggen en legden zes sluizen aan.
Na de Tweede Wereldoorlog volgden de autosnelwegen. De E313 en de E314 maakten Limburg beter bereikbaar en hielpen nieuwe bedrijven naar de provincie te trekken. Maar niet elke geplande weg werd ook echt aangelegd. Nieuwe verbindingen botsten steeds vaker op zorgen over verkeer en het verdwijnen van natuur.
Nog meer schatten om te ontdekken
Zin gekregen in meer? Check dan zeker ook deze verhalen en tours in de ErfgoedApp:





