Een linnen lapje, tot aan de rand gevuld met sierlijke letters, cijfers, krullen en figuren. Misschien zag je er ooit eentje hangen in een museum?
Zo'n bijzonder stukje 19de-eeuws oefentextiel heet een merklap. Schoolmeisjes oefenden er hun naai- en borduurtechnieken mee en bouwden zo stap voor stap hun vaardigheden op. Sommige lappen groeiden zelfs uit tot kleine stoffen schilderijtjes, versierd met zwierige randen, bloemen, huisjes of religieuze motieven.
En dan zijn er nog de stoplappen. Want een gaatje in een kledingstuk? Dat moest gedicht worden. Kledij was immers te duur om zomaar weg te gooien. Meisjes leerden daarom ook stoppen: een beschadigde plek zo herstellen dat de vorm, dikte en tekening van de stof zo goed mogelijk werden nagebootst.
Maar waarom maakten meisjes eigenlijk zulke merkwaardige borduurwerken? En wat hebben al die merk- en stoplappen te maken met het huishouden van welgestelde families?
Nog meer schatten om te ontdekken
Zin gekregen in meer? Check dan zeker ook deze verhalen en tours in de ErfgoedApp:





